Wessel Oltheten
“Muziek heeft tijd nodig om écht binnen te komen”
Mix- en mastering-engineer Wessel Oltheten over de kunst van het luisteren, en waarom de wetenschap niet alles kan verklaren.
Achter elke muziekopname die je raakt, schuilt iemand die met aandacht heeft geluisterd, iemand die de klank van de opname zo heeft vormgegeven dat de muziek goed overkomt. Wessel Oltheten is zo iemand. Als mix- en mastering-engineer werkte hij met talloze artiesten, schreef hij het boek Mixen met Impact en geeft hij les aan de HKU. Voor hem is het mixen van muziek geen trucje, maar een kunst: het zoeken naar balans, nuance en betekenis.
Hoe ontdekte je dat dit jouw pad was?
Best toevallig eigenlijk. Als Brabants jongetje begon ik bij de fanfare op bugel. Leuk, maar het raakte me niet echt. Toen ik hoofdpijn kreeg van het blazen, stapte ik over op drums, en dát was raak. Met een groep vrienden begonnen we een bandje, in volle Nirvana- en skatepunktijd. We hadden niks: alleen een akoestische gitaar, mijn drumstel en een oude hifi-installatie. We plakten een microfoon op die gitaar en gingen gewoon proberen. Omdat we wilden optreden, moest er iets opgenomen worden om rond te sturen, dus begon ik te experimenteren met opnemen en mixen, helemaal autodidact.
In mijn hoofd zou ik naar de Technische Universiteit gaan, maar toen ik daar ging kijken, kwam ik ongelukkig terug: het draaide om theorie en computermodellen, terwijl ik juist iets met mijn handen wilde maken. Via mijn moeder hoorde ik over de studie Muziek en Technologie, en op de open dag viel alles op z’n plek. Ik zag geluidsexperimenten, abstracte klankkunst, een compleet nieuwe wereld. Ik begreep het niet meteen, maar ik was verkocht. Inmiddels zit ik al ruim twintig jaar in het vak. Tegenwoordig doe ik vooral mastering. Dat is de laatste stap in het productieproces, waarin ik kritisch luister en de puntjes op de i zet. En wat me opvalt: mijn rol is niet alleen technisch, maar ook mentaal. Artiesten twijfelen vaak vlak voor de release, er hangt veel van af. Ik help ze dan om zeker te zijn van het resultaat, het maakproces los te laten en trots te zijn op wat er ligt. Dat vind ik misschien wel het mooiste van dit vak.
Wat is jouw kijk op muziek en wetenschap?
Ik heb veel inzichten opgedaan uit wetenschappelijke publicaties over muziek, maar ik zou willen waarschuwen: de wetenschap kan lang niet alles verklaren van wat muziek met ons doet. Veel onderzoek richt zich op laboratoriumtests met pieptonen, hersenscans of vaardigheden als melodieherkenning. Interessant, zeker, maar een reductionistische analyse van de betrokken mechanismen zegt nog weinig over wáárom muziek zo bijzonder is en zo’n diepe impact kan hebben.
Daarom vind ik kunstfilosofie soms boeiender: daar gaat het meer over subjectieve ervaring en betekenisgeving. Een boek dat me aanspreekt is This Is What It Sounds Like van Susan Rogers; zij combineert haar achtergrond als producer/engineer met wetenschappelijke inzichten, en presenteert geen absolute waarheden maar verschillende manieren waarop muziek ons kan raken. Daar zijn ook universele mechanismen in te ontdekken: mensen synchroniseren met muziek in de tijd, ordenen de muziek in deelstructuren, projecteren verhalen op klanken. En als je een liedje twintig keer beluistert, ga je er structuren in herkennen die een ander misschien nooit opmerkt. Je leert de muziek van binnenuit kennen, en daardoor wordt het ineens veel rijker. Dat maakt muziek zo uniek: het is abstract én diep menselijk tegelijk. In die zin lijkt het op taal: een reeks herhalende patronen die we aan elkaar koppelen om betekenis te creëren.
Hoe werkt muzikale beleving eigenlijk in ons brein?
Muziekbeleving is persoonlijk, en daarom valt het niet universeel te verklaren. Maar wel werkt de verwerking van muzikale prikkels in eerste instantie volgens universele principes. Eén daarvan is: verandering trekt aandacht. We voorspellen voortdurend wat we denken te gaan horen, en zodra iets daarvan afwijkt – een ander ritme, een onverwachte klank – spitsen we de oren. Als maker kan ik niet bepalen waar jij precies naar luistert; ik kan niet zeggen: let nu op de tuba. Maar door slimme keuzes in dynamiek, structuur, afstand of klankkleur kun je wel sturen waar de aandacht naartoe zou kunnen gaan.
Emoties zijn lastiger te vangen. Wat we voelen bij een nummer is sterk context- en ervaringsafhankelijk; een agressieve speelstijl klinkt voor bijna iedereen fel en opzwepend, maar verder is het grotendeels een persoonlijke interpretatie. We koppelen gevoelens aan klanken op basis van herinneringen en aangeleerde associaties. Vraag tien mensen hoe ze zich voelen bij een nummer, en je krijgt tien antwoorden. Sommigen vinden Coldplay troostend, anderen worden er somber van. En dat kan zelfs per levensfase verschillen: een liedje dat je jaren links liet liggen, kan ineens binnenkomen als de timing klopt. Muziek is geen vaststaande beleving; het verandert met jou mee.
Wat is mixen precies, en hoe geef je daarmee muziek richting?
Mixen is het vormgeven van de muzikale ervaring die een ander zou kunnen hebben. Om dat te kunnen doen, begin ik bij mezelf: wat hoor en voel ik? Mijn referentiekader is altijd mijn eigen beleving. Tegelijk werk ik samen met de maker en probeer ik zijn of haar intentie te vangen. Vaak zonder woorden, omdat muziek altijd refereert aan andere muziek. Het staat nooit volledig op zichzelf; er spreken verwachtingen uit én tegelijk de wens om iets nieuws te maken.
Het proces werkt als een zoektocht: experimenteren, aftasten, kijken hoe iets voelt. We spreken globaal af wat belangrijk is, welke sfeer, ligt de thematiek in de tekst of de muziek, welke instrumenten krijgen nadruk? Die afspraken bieden houvast tijdens het experimenteren. In de praktijk neem ik veel beslissingen op gevoel; door ervaring herken ik steeds sneller wat werkt. Je leert de techniek (geluid balanceren, ruimte creëren, klankkleuren vormen) maar daarna begint het echte werk: keuzes maken. Wat werkt voor deze specifieke muziek, en waarom? Samenwerkingen helpen me nieuwe dingen te proberen; andermans ideeën dagen me uit, en daar groei ik van.
Hoe train je jezelf als luisteraar, en hoe beïnvloedt dat je werk?
Toen ik net begon als assistent van een engineer met dertig jaar ervaring, leerde ik al snel één belangrijke les: oordeel niet te snel. We luisterden naar alles; klassiek, metal, pop, elektronische muziek en nooit werd er gezegd: dit is beter, dat is slechter. Alles had waarde. Zelfs muziek die heel simpel is gemaakt, een beat met een geautotunede stem, kan veel voor iemand betekenen, bijvoorbeeld omdat ze het hoorden op een belangrijk moment in hun leven. Als professional denk je misschien: dit heb ik al duizend keer gehoord. Maar voor iemand anders kan het diepe betekenis hebben.
Sommige stijlen begrijp je pas echt als je de context kent. Ik ben gestopt met technomuziek, omdat ik de spanningsboog niet voelde zoals iemand die die wereld van binnenuit kent. Techno draait om herhaling en subtiele verschuivingen die pas live, diep in de nacht, echt binnenkomen. In de studio voelde ik het niet, en dan kan ik er ook niet goed aan werken. Maar er zijn ook stijlen die ik juist veel meer ben gaan waarderen door ermee aan de slag te gaan. Het is makkelijk om jazz als ‘ingewikkeld’ te bestempelen of iets als ‘kitscherig’ af te doen, maar als je je erin verdiept, ontdek je elementen die het een heel andere betekenis geven.
Kun je als luisteraar meer uit muziek halen door je open te stellen voor onbekende stijlen?
Zeker. Sommige mensen zoeken van nature nieuwe muzikale ervaringen op, anderen blijven liever in hun comfortzone. Onbekende muziek kan ongemakkelijk voelen, maar juist dan mis je soms iets waardevols. Live muziek biedt vaak zo’n ingang: je zit in een ruimte, telefoon uit, je kunt niet zomaar weglopen. Die setting dwingt je om te blijven en open te staan, ook als je eerste reactie weerstand is.
Een paar jaar geleden kreeg ik de kans om opera-opnames te maken van Wagners Ring-cyclus, vier uur per deel, elk jaar één. Geen muziek waar ik uit mezelf naar zou grijpen, maar ik zat dagenlang bij repetities en mixte de zanglijnen voor bioscoopregistraties. In het begin moest ik mezelf ertoe zetten, maar na een paar dagen begon de muziek onder mijn huid te kruipen. Ik leerde de structuur en het verhaal begrijpen, ontdekte waar de spanning zat. En hoewel ik het thuis nog steeds niet draai, heb ik er sindsdien een diepe waardering voor. Sommige muziek vraagt tijd en aandacht en soms heb je een beetje ‘dwang’ nodig om iets écht te leren waarderen. Vroeger, in de platenzaak, kon je maar één of twee cd’s kopen, dus je luisterde keer op keer en liet het bezinken. Misschien is dat wel wat we nu missen: muziek waar je je in vastbijt, in plaats van iets dat je vluchtig wegswipet.
Wat is een klus die je is bijgebleven als: wáuw, dat was te gek?
Ik werk jaarlijks aan zo’n 800 liedjes, dus soms vergeet ik wat ik heb gedaan tot ik het later terughoor. Maar af en toe is er zo’n moment waarop alles klopt, dat gevoel van: dit hebben we samen gemaakt. Dát blijft magisch. Een band waar ik veel mee heb gewerkt is DeWolff, een soort bluesrock geïnspireerd door Led Zeppelin. Op papier zou ik kunnen denken: dit hebben we al zo vaak gehoord. Maar ze léven die muziek echt, als zij in de jaren zeventig waren begonnen, had Led Zeppelin er gewoon een concurrent bij gehad.
De laatste keer dat ik dat had, was met Spinvis. Niet per se de meest begaafde zanger, maar hij doet iets met taal dat bij mij precies klikt; één zin van hem kan je compleet stil krijgen. Laatst werkte ik aan een kerst-LP met een nummer over een jongen die naar de oorlog werd gestuurd, en in een paar zinnen verwoordde Spinvis dat zo raak, zo beeldend en wrang tegelijk, dat ik er echt door gegrepen werd. Dat vind ik zo mooi: muzikanten met toewijding, verbeeldingskracht en virtuositeit. Dat overstijgt smaak voor mij.
Toen onze tweede zoon werd geboren, nam ik vier maanden vrij, voor het eerst in twintig jaar. De eerste drie maanden ging prima, maar in de vierde voelde ik me ineens leeg, terwijl alles goed ging met het gezin. Toen pas besefte ik hoe belangrijk muziek voor me is: zonder muziek miste ik iets dat me vult en betekenis geeft.
Hoe beïnvloedt de opkomst van AI jouw werk?
Vooralsnog heeft AI geen directe invloed op mijn werk, maar het is er wel, en het veld ondervindt zeker concurrentie. Ik lever een maatwerkproduct, gebaseerd op mijn eigen muzikale visie. Mijn klanten willen juist míjn interpretatie horen, en dat is lastig in een AI te vangen. Ik heb een volle orderportefeuille, een netwerk en een reputatie. Maar voor wie nu zonder netwerk de markt betreedt, ligt dat anders. Voor beginners kan AI soms zelfs een betere optie zijn, al levert het simpelweg een resultaat zonder uitleg: het is een ‘black box’. Je krijgt geen feedback zoals: let bij je volgende productie even op hoe je het tweede refrein inleidt. AI kan vergelijken en genereren, maar geen leerproces begeleiden.
In bredere zin zie je AI ook elders impact hebben, bijvoorbeeld op Spotify, waar al een aanzienlijk deel van de muziek van AI-artiesten komt. En dat is problematisch: de streaminginkomsten worden verdeeld op basis van streams, dus als de helft niet meer door mensen wordt gemaakt, halveert het aandeel voor menselijke muzikanten. Het bizarre is dat AI prima een nummer kan maken dat voor veel mensen ‘ziel’ lijkt te hebben. Maar als je muziek alleen beoordeelt op output – dit klinkt net zo goed als een Jimi Hendrix-track – dan wordt het op een gegeven moment een alledaags product. Het bijzondere verdwijnt zodra AI-muziek overal beschikbaar is; dan is het als zand, er is zoveel van dat het geen waarde meer heeft.
Welke boodschap zou je de lezer willen meegeven?
Muziek heeft vaak tijd nodig om écht binnen te komen. De eerste keer dat je iets hoort, is meestal niet het moment waarop het de diepste impact heeft. Ik zie het als een cyclus: eerst hoor je iets oppervlakkig, dan ga je erin mee, ontdek je steeds meer details, en op een gegeven moment ken je het zo goed dat je het even moet laten rusten of een nieuwe manier moet vinden om het opnieuw te beleven. Daarom zijn aandacht en openheid cruciaal. Wat ik studenten vaak leer, is om eerst zonder oordeel te luisteren. Gewoon ervaren, en pas daarna analyseren.
Laat je ook meenemen door anderen. Luisteravonden of tips van vrienden kunnen muziek ineens betekenis geven, juist door het verhaal erachter. Een vriend raadde me ooit een album aan van John Frusciante, de gitarist van de Red Hot Chili Peppers, dat hij maakte tijdens het afkicken van heroïne. Technisch zit het rommelig in elkaar, maar het is emotioneel zo intens dat het je volledig kan grijpen, zeker als je het verhaal kent. Als je weet in welke fase van iemands leven muziek is ontstaan, luister je met andere oren. Dus: geef muziek een kans. Maak je hoofd leeg, luister zonder meteen te oordelen, en probeer het desnoods nog een keer. Muziek is een avontuur, en soms moet je even doorzetten om bij het echte goud te komen.
Welk nummer betekent nu veel voor je?
‘Different Kind of Love’ van Son Lux. In de kern popmuziek, maar met zoveel verbeeldingskracht en precisie gemaakt. Je hoort dat er iemand was met een heldere visie die wist: dit is wat we willen zeggen, en dit is hoe we het gaan doen. Alles staat in dienst van één gevoel, niets is te veel. Dat vind ik krachtig: als alles precies klopt.
Ga naar Spotify voor de playlist Muziektips
Meer informatie:
Website: www.wesseloltheten.nl
Boek: Mixen met Impact
