Stefan van der Stigchel
“Muziek is voor mij geen afleiding, maar een aan-knop”
Hoogleraar cognitieve psychologie Stefan van der Stigchel over aandacht, focus en waarom stilte niet altijd helpt.
Stefan van der Stigchel is hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht en doet al jaren onderzoek naar aandacht, afleiding en visuele waarneming. Als onderzoeker weet hij hoe snel ons brein afgeleid raakt, maar als mens gebruikt hij muziek juist om te focussen. Dat lijkt paradoxaal, en precies daar wordt het interessant.
In dit interview legt hij uit wat er in je brein gebeurt als je je probeert te concentreren, via welke twee mechanismen muziek daarbij helpt, en waarom dat voor iedereen anders werkt. Onderweg ruimt hij een paar hardnekkige mythes op en deelt hij zijn eigen, soms verrassende, muzikale voorkeuren.
Wat gebeurt er in ons brein als we ons proberen te concentreren?
Ik houd me al jaren bezig met aandacht, en dan vooral met focus. Veel mensen denken dat ze kunnen multitasken, maar dat is een mythe: je kunt maar één taak tegelijk echt bewust uitvoeren. Aandacht is het moment, en concentratie is het volhouden, het vásthouden van die aandacht. En dat is lastig, want aandacht is van nature vluchtig.
Maar muziek is interessant, want dat is niet per se een tweede taak. Als ik werk én muziek luister, ben ik niet echt aan het multitasken; de muziek draait op de achtergrond zonder dat ik er actief aandacht aan geef. Ik kan muziek heel goed uitfilteren, ze is er wel, maar ik luister er niet naar. Dat betekent wel dat ik géén muziek met teksten opzet als ik wil focussen. Als mijn favoriete band net een nieuw album heeft, zet ik dat niet op tijdens het werken, want dan ga ik automatisch wél luisteren. In lezingen vraag ik vaak wie er goed met muziek kan werken; dan steekt ongeveer de helft de hand op, en de andere helft juist niet. Dat laat zien hoe divers onze breinen reageren.
Op welke twee manieren helpt muziek je dan focussen?
Ten eerste werkt muziek als stemmingsregelaar. Je kunt jezelf ermee in de juiste ‘state’ brengen: ben je traag, dan activeert het je; ben je overprikkeld, dan kalmeert het juist. Muziek werkt zo als een interne thermostaat voor je gemoedstoestand, en daarmee bereid je je mentaal voor op focus.
Ten tweede creëert muziek een soort sonic cocon. In een stille ruimte hoor je elk geluid, een stoel die schuift, iemand die hoest, en die onverwachte prikkels onderbreken je aandacht. Een constante geluidsstroom, zoals achtergrondmuziek, vlakt die pieken af. Je brein is heel goed in het wegfilteren van gelijkmatige geluiden; denk aan een airco, die hoor je pas weer als hij uitgaat. Muziek vormt zo een auditieve deken waar je focus onder kan schuilen.
Dus stilte is niet per se ideaal?
Voor sommige mensen is een volledig stille ruimte juist ontzettend onprettig, en ik herken dat helemaal. In een stille ruimte kan één onverwacht geluid namelijk enorm binnenkomen, iemand die begint te praten, een dichtslaande deur. Stilte is dus eerder gevoelig voor verstoring. Daarom kunnen universiteitsbibliotheken soms ‘gevaarlijk’ zijn voor je focus: als het muisstil is en er gaat ineens een telefoon, dan is iedereen zijn concentratie kwijt. Het is alles of niets.
Bestaat er zoiets als dé perfecte concentratiemuziek?
Nee, daar is geen eenduidig antwoord op. Er zijn tegenwoordig allerlei bedrijven die beweren dat ze dé muziek hebben voor meer creativiteit of concentratie. Maar termen als ‘alfa beats’, muziek die je hersengolven zou beïnvloeden, klinken wetenschappelijk terwijl het grotendeels pseudowetenschap is. Als het voor jou werkt: prima. Maar dat maakt het nog geen universele waarheid.
Wat je zoekt in focusmuziek is: weinig aandacht vragende elementen, een constante prikkel zonder stiltes of plotselinge wisselingen, en een sfeer die past bij je taak én je stemming. Liever geen zang, en zeker geen Nederlandstalige teksten, want die kan je brein moeilijk negeren. Instrumentale muziek (ambient, neoklassiek, minimal techno) is vaak geschikter. Klassieke muziek wordt vaak aangeprezen omdat ze weinig abrupte prikkels heeft, maar zelfs daar zit nuance: wisselt een stuk voortdurend van tempo, dan trekt het alsnog je aandacht.
Waarom werkt het voor jou met snoeiharde elektronische muziek?
Dat is voor veel mensen onverwacht. Mijn vrouw blijft ’s avonds ver uit de buurt van mijn werkkamer als daar electronische muziek draait. Zij wordt daar gek van, maar ik word er juist rustig van. Niet ondanks, maar dankzij die intensiteit: het dempt de buitenwereld en brengt me in een flow.
Dat zie je vaker bij mensen die gevoelig zijn voor prikkels, of – zoals ik – wat druk van aard zijn. Ik heb in elk geval een prikkel nodig om ‘aan’ te gaan; totaal stilzitten in een stille ruimte werkt voor mij averechts. Een constante prikkel zorgt voor een soort ritmische basisactiviteit; geen chaos, maar wel een flow. Het is dus echt maatwerk: ik ken mensen die prima op trashmetal werken, en anderen slaan al op tilt van een zacht achtergronddeuntje. Daarom moeten we af van het idee dat één soort muziek voor iedereen werkt, en juist oog hebben voor die neurodiversiteit.
Kan muziek ook helpen tegen interne afleiding, zoals piekeren?
Dat is moeilijker te onderzoeken, want interne prikkels kun je niet zo makkelijk meten als externe; je kunt wel zien of iemand minder pijn heeft, maar niet objectief vaststellen of iemand minder piekert. Maar het idee dat muziek ook je interne staat beïnvloedt, is zeker geloofwaardig. Je auditieve cortex is verbonden met gebieden voor aandacht en emotie, dus muziek die je raakt of meeneemt, kan helpen om uit je hoofd te komen.
Ik heb dat zelf vaak ervaren. Als student fietste ik in Utrecht vaak langs een club en zag ik mensen naar buiten stromen; aan hun gedrag kon ik vaak al raden welke artiest er had gedraaid. Dan zocht ik het thuis op, en ja hoor: De Jeugd van Tegenwoordig. Zet je dat op, dan voel je het meteen; je houding verandert, je energie verschuift. Muziek roept een gevoel op, en dat gevoel kan je aandacht sturen, naar buiten én naar binnen. Veel mensen ervaren dat muziek helpt tegen gepieker, en dat soort ervaring is waardevol, ook al is het nog niet allemaal objectief meetbaar.
Klopt het dat we ons slechter kunnen concentreren dan vroeger?
Die ‘goudvismythe’ (dat onze aandacht korter zou zijn dan acht seconden) wil ik echt de wereld uit helpen. Die is gebaseerd op totaal ongefundeerd onderzoek; er is geen enkel bewijs voor. Het is niet meer dan een mediageniek verhaaltje.
Heel eerlijk: of we ons slechter kunnen concentreren dan vroeger, weten we niet zeker, want het is bijna niet te meten. Wat wél klopt, is dat we in een wereld met veel meer aandachtsvragende prikkels leven. Maar ons brein is niet veranderd, onze omgeving wel. En denk aan jongeren die urenlang gamen, dat í́s concentratie: ze zijn gefocust, gemotiveerd, taakgericht. Het is dus ingewikkelder dan ‘de jeugd kan zich niet meer focussen’.
Je noemt concentratie weleens een spier. Hoe bedoel je dat?
Aandacht is als een spier: je kunt die trainen. Maar er zitten een paar kanten aan die vergelijking. Iedereen heeft een ander aangeboren ‘lichaam’, dus je wordt niet zomaar een concentratie-bodybuilder. Spieren zijn bovendien taakgericht; train je je armen, dan worden je benen niet sterker, en zo betekent goed kunnen gamen niet dat je ook uren kunt lezen. En spieren verslappen als je ze niet gebruikt, maar kunnen met training weer sterker worden. Je laat een chirurg ook niet maandagochtend na zijn vakantie meteen een complexe operatie doen. Je aandachtsspier heeft training, herstel en opbouw nodig. En het begint bij inzicht in je gewoontes en je omgeving, want we pakken onze telefoon vaak niet bewust, het is gewoonte, net als tandenpoetsen. Wilskracht is dan niet genoeg; vaak is het effectiever om je omgeving te veranderen. Wil je echt pauze, leg je telefoon dan in een andere kamer.
Wat is het verschil tussen ontspanning en echte rust?
We denken vaak dat een boek lezen ontspanning is, en dat í́s het ook, maar het is geen rust voor je brein, het blijft een cognitieve inspanning. Echte rust is iets doen wat géén beroep doet op je aandacht. En daar komt het zogenoemde default mode network om de hoek kijken: zodra je gedachten afdwalen en je begint te dagdromen, zit je in dat netwerk en dat is goed, want daarna kun je je beter concentreren.
Daarom is wandelen in de natuur zo krachtig: je gedachten mogen afdwalen, er zijn geen scherpe prikkels, en je brein kan zichzelf opladen. Na een wandeling in de natuur kun je je beter concentreren dan na een wandeling in een drukke omgeving. Hetzelfde geldt voor die bekende momenten onder de douche, waarin je plotseling een idee krijgt. Voor mij hoort daar ook beweging bij: ik ben motorisch heel druk, dus om me te kunnen concentreren moet ik eerst bewegen. Hardlopen helpt me enorm, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Bij kinderen met ADHD zie je dat ook: eerst moet die motorische energie eruit, pas daarna ontstaat er mentale ruimte.
Welke rol speelt muziek in jouw leven?
Ik heb eigenlijk altijd muziek op, niet per se om er bewust naar te luisteren, maar omdat het me helpt me af te sluiten van ruis. Voor mij is het ook gewoon tijdsefficient: ik combineer hardlopen, muziek én mentale rust. En ik wil bijblijven; wat is er nieuw, wat is er gaande?
Muziek is sinds mijn jeugd een constante factor, niet alleen als geluid maar ook als tastbare verzameling. Als kind was ik al gek op cd-singles, vooral Duitse, die ik toen niet kon betalen; nu liggen ze voor tien cent bij de kringloop, en ik word er intens gelukkig van. Tegenwoordig verzamel ik vooral vinyl, en dan word ik blij van zeldzame parels, van een album kunnen toevoegen aan een bijna compleet rijtje. Het is iets oermenselijks, denk ik een soort moderne jager-verzamelaar. Streaming boeit me minder; de fysieke drager is voor mij gewoon mooier, bijna een kunstvoorwerp. Mijn smaak is met me meegegroeid: waar ik vroeger eurohouse verzamelde, duik ik nu diep in de modale jazz uit de jaren zestig, maar ik blijf ook naar nieuwe dingen luisteren. Muziek blijft een avontuur.
Wat is je belangrijkste boodschap?
Onze omgeving is veranderd, en daar hebben we niet altijd controle over, maar dat betekent niet dat het hopeloos is. We leggen de oorzaak van slechte concentratie vaak bij technologie of de maatschappij, maar vergeten onze eigen rol, terwijl we vaak wél controle hebben. Het begint bij bewustwording: sta stil bij hoe vaak je wordt onderbroken, en zorg dan voor momenten waarin je brein echt tot rust komt.
Voor mij zijn er twee grenzen die we als samenleving niet mogen overschrijden. De eerste: dat we een wereld worden waarin mensen zich structureel niet meer kunnen concentreren op lesstof, waarin het leervermogen afneemt. De tweede: dat we continue overprikkeling normaal gaan vinden. Ons brein is niet gemaakt om de hele dag aan te staan; we moeten ruimte houden om te dagdromen, want daar is het brein voor gebouwd. Als we dat negeren, betaalt iedereen daar op termijn de prijs voor, mentaal én fysiek.
Welk nummer zou je willen delen?
Voor mij is muziek echt een soundtrack van mijn leven, en die verandert constant. Elk jaar zou ik wel een ander uitvaartliedje kiezen. Muziek beweegt mee met waar je bent in het leven; soms ben je gewoon even verliefd op een liedje. Ik ben niet gelovig opgevoed en heb weinig met traditionele spiritualiteit, maar bij bepaalde jazz snap ik ineens wat mensen daarmee bedoelen. Toen ik ‘Journey in Satchidananda’ van Alice Coltrane hoorde, dacht ik: oh ja, dit is het, dit is wat mensen voelen als ze praten over verbinding met iets hogers. Het hoeft voor mij geen god te zijn, maar muziek kan je ergens brengen waar je even uitzoomt, waar je jezelf overstijgt. Het woord dat er voor mij het dichtst bij komt, is: united. En dat gevoel heb ik door muziek leren kennen.
Ga naar Spotify voor de playlist Muziektips
Meer informatie:
Website: www.stefanvanderstigchel.nl
Boeken: Beter Leren Kijken, Grip op je aandacht, Concentratie, Zo werkt aandacht
