Janine Stubbe
“Kunst en muziek hoeven niet perfect te zijn, ze zijn er vooral om van te genieten”
Bewegingswetenschapper Janine Stubbe over de plek waar kunst, sport en wetenschap elkaar versterken.
Janine Stubbe is bewegingswetenschapper en pionier op het snijvlak van kunst en gezondheid. Wat begon in de sportwereld, leidde haar naar de wereld van muziek, dans en circus. Bij Codarts richtte ze een vernieuwende onderzoekslijn op voor de fysieke en mentale gezondheid van podiumkunstenaars, met projecten als Healthy Artist en Arts for Wellbeing.
In dit interview vertelt ze wat topsporters en podiumkunstenaars gemeen hebben, hoe je slim traint in plaats van hard, welke hardnekkige aannames haar onderzoek doorbrak, en waarom ze ervan overtuigd is dat kunst en muziek net zo essentieel zijn voor ons welzijn als sport. Haar missie: wetenschap laten landen in de hele samenleving.
Wat heeft jou persoonlijk richting dit vakgebied gestuurd?
Ik heb vroeger op hoog niveau getennist, top twintig van Nederland, maar moest stoppen door een blessure, waarschijnlijk door overbelasting. Alles kwam tegelijk: vwo-examenstress, intensieve trainingen, en elke dag bijna een uur heen en terug reizen naar Groningen. Dat brak me op. Maar het zette me ook aan het denken: hoe bereiden topsporters zich eigenlijk voor op prestaties? Ik herinner me dat ik met vrienden naar Roland Garros ging. Zij zaten op de hoofdtribune, maar ik was de hele tijd bij de trainingsvelden, gefascineerd door wat er achter de schermen gebeurde. Die nieuwsgierigheid leidde me naar de bewegingswetenschappen en later naar de podiumkunsten. Het psychologische aspect van presteren bleef me boeien. En nu? Nu heb ik de leukste baan van Nederland.
Hoe maakte je de overstap van sport naar podiumkunsten?
Mijn werk richtte zich altijd op het voorkomen van fysieke en mentale klachten bij sporters, met name blessurepreventie. Op een gegeven moment benaderde Codarts (waar musici, dansers en circusartiesten worden opgeleid) mij met de vraag of ik een soortgelijke onderzoekslijn bij hen kon opzetten. Terwijl ik bezig was iemand te zoeken die het zou uitvoeren, realiseerde ik me: dit wil ik eigenlijk zelf doen. Zo maakte ik de overstap.
Wat ik zó waardeer aan de podiumkunsten, is hun openheid voor expertise van buitenaf. In de sportwereld hoor je al snel: ‘dat werkt hier niet, want dit is totaal anders’. Ik heb met 22 betaaldvoetbalclubs gewerkt, dus ik weet hoe dat gaat. Terwijl de basisprincipes van blessurepreventie vaak hetzelfde zijn. Bij dans, muziek en circus heb ik nooit gehoord: jij hebt geen achtergrond in ons vak, dus jij kunt niet meepraten. Integendeel. Die open houding is goud waard.
Jullie ontwikkelden een gezondheidsmonitor. Hoe werkt die?
Samen met Codarts ontwikkelden we de Student Life Monitor. In de sportwereld bestonden zulke tools al, maar de belasting in de kunsten is wezenlijk anders, dus we hebben die kennis vertaald naar een vorm die wél werkt voor musici, dansers en circusartiesten. Alle studenten vullen vanaf hun eerste jaar maandelijks vragenlijsten in over hun fysieke en mentale gezondheid – stress, slaap, blessures – en krijgen de resultaten direct terug: hoe ze scoren ten opzichte van eerdere meetmomenten, en ten opzichte van het groepsgemiddelde. Zo krijgen ze voor het eerst direct inzicht in hun eigen welzijn.
Codarts gebruikt die data ook om het onderwijs aan te passen, bijvoorbeeld met lessen in stressreductie; studenten zien in hun persoonlijke dashboard of die effect hebben, zonder iets te hoeven delen. Inmiddels gebruiken meer dan 3.000 podiumkunstenaars wereldwijd de tool, van het Nationaal Ballet tot de Royal Swedish Opera, en we bouwden zo de grootste gezondheidsdatabase ter wereld voor deze doelgroep. De tool kreeg internationale erkenning en won meerdere prijzen en wordt nu zelfs weer tóégepast in de sport, bijvoorbeeld bij Feyenoord. We zijn dus van sport naar kunst gegaan, en nu weer terug.
Welke aannames heeft jouw onderzoek doorbroken?
Een goed voorbeeld is hypermobiliteit. Er wordt vaak gezegd dat elke danser hypermobiel is, en dat hypermobiliteit een risicofactor voor blessures is – het staat zelfs in de wetenschappelijke literatuur, maar zonder concreet bewijs. Wij hebben als eerste onderzoeksgroep ter wereld aangetoond dat er géén relatie is tussen hypermobiliteit en blessures. Dat soort inzichten helpt ons om evidence-based onderwijs te ontwikkelen.
Daarnaast ontdekten we dat emotional detachment – het vermogen om afstand te nemen van je opleiding en werk – een beschermende factor is tegen blessures. Dansstudenten die bewust tijd nemen om los te komen van hun vak, bijvoorbeeld door een boek te lezen of te gaan bowlen, hebben een lager risico op blessures dan studenten die in hun vrije tijd blijven doorwerken. Veel dansstudenten hebben namelijk de neiging continu met hun vak bezig te blijven: ’s avonds gaan ze naar een balletvoorstelling, terwijl de studio drie huizen verderop ligt. Dat is niet per se slecht, maar soms is het beter om iets compleet anders te doen, ga naar een actiefilm en kom even uit je cocon.
Hoe kun je als podiumkunstenaar slim trainen in plaats van hard?
In de podiumkunsten zie je vaak het tegenovergestelde van slim trainen: violisten die tot diep in de nacht doorstuderen omdat dat ene stuk nóg beter moet, musici die spelen tot hun handen overbelast raken, dansers die doorgaan tot hun lichaam op is. Dat leidt tot stress en blessures. Een mooi voorbeeld uit de sport: een topcoach in het turnen zag dat de Amerikaanse turnsters veel fitter waren dan zijn eigen sporters, en dacht dat ze meer trainden. Maar dat was niet zo, het verschil zat in de kwaliteit. Elke oefening werd perfect uitgevoerd, met een coach die op elk detail lette, en daardoor was extra training niet nodig en kregen ze meer rust. Dat principe noemen we Training for Excellence: minder trainen, maar wél beter.
Daarom besteden we daar actief aandacht aan in de lessen. We leren studenten hoe ze kunnen loskomen van hun vak, en geven ze tools als mindfulness-technieken, agendabeheer en inzicht in hun eigen stresspatronen. Zo koppelen we de gezondheidsmonitor direct aan het onderwijs, en dat levert een gezondere, veerkrachtigere generatie podiumkunstenaars op.
Wat is het Performance Lab?
Dat is een ruimte waarin studenten onder realistische, stressvolle omstandigheden audities kunnen oefenen. Het is ontwikkeld met docenten en professionals en bootst echte audities na. Studenten stappen binnen zonder te weten wat hen te wachten staat; opeens verschijnt er een auditiecommissie op levensgrote schermen, en vanuit een andere kamer kan ons team allerlei scenario’s activeren. Je moet bijvoorbeeld vijf minuten wachten voor je mag beginnen, of je krijgt direct de opdracht te starten zonder voorbereiding. Of je wordt halverwege onderbroken: ‘kun je dit opnieuw doen, maar nu romantischer?’ Juist doordat studenten die situaties oefenen, bouwen ze veerkracht op en dat maakt het verschil, niet alleen voor musici, maar ook voor andere podiumkunstenaars en zelfs sprekers. Het is een van onze meest toegepaste innovaties; tijdens de auditieperiodes zien we het gebruik flink toenemen.
Hoe train je mentale veerkracht op het podium?
Die veerkracht begint al vóór je het podium op stapt. Vanaf jaar één krijgen studenten begeleiding van fysiotherapeuten en psychologen, met aandacht voor podiumangst. Ze leren bijvoorbeeld hoe je stevig en geaard staat, hoe je je ademhaling laag houdt, en hoe je spanning inzet om beter te presteren. Want zenuwen zijn niet negatief, ze helpen juist bij focus en prestatie. Als je volledig ontspannen op het podium staat, alsof je op de bank naar Netflix kijkt, presteer je slechter. Te ontspannen werkt averechts. De kunst is om spanning te reguleren, zodat het geen faalangst wordt.
Welke misvatting over kunst en gezondheid hoor je vaak?
Toen ik mijn leerstoel aan de Erasmus Universiteit begon, kreeg ik veel reacties als: ‘wat goed dat er eindelijk iemand onderzoek doet naar kunst en gezondheid!’ Maar dat is er al jaren. In 2019 bracht de WHO een overzicht uit van zo’n 3.000 studies, en eind 2024 publiceerde de groep van Daisy Fancourt in Londen baanbrekend onderzoek naar de effectiviteit én de kostenefficiëntie van kunstinterventies.
Uit al dat onderzoek blijkt: kunst werkt. Het verbetert mentaal en fysiek welzijn, bespaart zorgkosten, en kent geen bijwerkingen – in tegenstelling tot veel medicijnen, die niet altijd bewezen effectief zijn en vaak flinke bijwerkingen hebben. En tóch zetten we kunst nauwelijks in. Onbegrijpelijk, toch?
Wat moet er gebeuren om dat te veranderen?
De eerste stap is simpel maar cruciaal: met elkaar in gesprek gaan. Niet alleen met zorgverzekeraars en onderzoekers, maar juist ook met kunstenaars, zorgprofessionals, beleidsmakers en docenten. We moeten een gezamenlijke taal vinden, de bestaande evidentie delen en waar nodig nieuw onderzoek starten. Samenwerken is de sleutel. In het verleden stonden we vaak tegenover elkaar, en dat werkt niet.
Van de sport kunnen we daarin veel leren. Ik werkte mee aan de Kennisagenda Sport en Bewegen, waardoor onderzoek goed op elkaar werd afgestemd; beleidsmakers snapten de meerwaarde, er kwamen gerichte subsidies, en sport kreeg structureel een plek. Dat is precies wat kunst en gezondheid nu nodig hebben. De directeur van het Montreal Museum of Fine Arts zei ooit: wat sport was in de twintigste eeuw, wordt kunst in de eenentwintigste. Vroeger werd sporten als overbodig gezien, nu is het essentieel. Diezelfde transformatie verdienen kunst en muziek ook.
Waarom is kunst en muziek op school zo belangrijk?
Kinderen krijgen gymles, maar muziekles is op veel scholen verdwenen, terwijl we wéten dat bewegen en muziek maken het concentratievermogen, de cognitieve ontwikkeling en de sociale vaardigheden van kinderen verbeteren. Dat is een enorme gemiste kans, en het hoeft echt niet ingewikkeld te zijn: laat kinderen zingen voor de rekenles, start de dag met een dansoefening, integreer muziek en beweging spelenderwijs. We hebben kunst nodeloos ingewikkeld gemaakt, alsof je meteen Rembrandt of Beyoncé moet zijn. Kinderen tekenen spontaan, tot ze zichzelf gaan vergelijken; volwassenen durven niet meer te zingen tenzij ze een perfecte stem hebben. We moeten de drempel verlagen en vooral het plezier terugbrengen.
Wat is je belangrijkste boodschap voor de lezer?
We zijn in Nederland veel te prestatiegericht, in de kunst, in de sport, overal. Alles moet nut hebben of ergens toe leiden. Maar we vergeten hoe fijn het is om gewoon iets te doen voor het plezier. Kunst en muziek hoeven niet perfect te zijn; ze zijn er vooral om van te genieten.
Veel mensen willen iets creatiefs doen, maar durven niet of weten niet waar te beginnen. Mijn advies: bedenk wat je zoekt – verbinding, rust, of uitdaging – en begin klein. Geen marathon, gewoon een proefles bij een koor of een schilderworkshop. En laat perfectie los; het gaat om plezier en hersenactivatie, niet om een eindcijfer. Kijk naar de koren tijdens de lockdown: het ging niet om perfect zingen, maar om verbonden blijven met elkaar. En dát is precies de kracht van kunst.
Zelf speel ik trouwens gitaar, al durf ik dat hier bij Codarts eigenlijk niet hardop te zeggen. Het is gewoon wat pielen op de basisakkoorden, en soms probeer ik een liedje van de radio uit te vogelen. Juist omdat het zo anders is dan mijn onderzoekswerk, geeft het me enorm veel plezier. En dat is precies waar het om draait.
Welk nummer zou je willen delen?
Ik heb er één die voor mij echt alles samenbrengt: ‘Tilted’ van Christine and the Queens. De muziek grijpt me, en de videoclip is geniaal, zo’n mooie mix van dans en muziek. Ik hou van kunstvormen die elkaar versterken, en deze clip is daar een perfect voorbeeld van: een prachtige kruisbestuiving van muziek en dans. Dat raakt precies waar het mij om gaat.
Ga naar Spotify voor de playlist Muziektips
Meer informatie:
