Gijs de Louw
“Muziek is overal, we waarderen het pas als het er niet meer is”
Gijs de Louw, directeur van Compass en jarenlang programmeur van poppodium De Pul, over muziek als vrijplaats voor jongeren.
Muziek en sport lijken misschien twee verschillende werelden, maar ze hebben meer met elkaar gemeen dan je op het eerste gezicht zou denken. Waar sport vanzelfsprekend essentieel wordt gevonden voor onze gezondheid, wordt muziek nog vaak als luxe of hobby gezien. Gijs de Louw – directeur van Compass in Uden en jarenlang programmeur van poppodium De Pul – ziet dagelijks de verbindende en transformerende kracht van muziek.
Van zijn eerste optredens in punkbandjes tot het begeleiden van jongeren die via muziek hun stem vinden: Gijs neemt ons mee in zijn verhaal, en laat zien waarom muziek een fundamenteel onderdeel van onze samenleving zou moeten zijn.
Wil je jezelf voorstellen?
Ik ben Gijs de Louw, 44 jaar en inmiddels acht jaar directeur van Compass in Uden. Compass is ontstaan uit een fusie tussen het jongerenwerk, dat destijds door de gemeente werd georganiseerd, en poppodium De Pul. Voor die tijd ben ik vijftien jaar lang programmeur geweest bij De Pul — ik ben er ooit als stagiair binnengekomen, en omdat er weinig budget was, deed ik naast het programma ook de PR en een groot deel van de productie. In feite is een groot deel van het poppodium door mijn handen gegaan.
Hoe is jouw liefde voor muziek ontstaan?
Muziek is er altijd geweest. Ik begon op mijn achtste met trompet, omdat het bij ons in de familie hoorde. Iedereen zat bij de harmonie, dus ik moest eraan geloven. Maar ik vond het gelukkig echt leuk. Op mijn twaalfde pakte ik de gitaar op en begon ik in bandjes te spelen. Toch begon het pas echt te kriebelen op de middelbare school; daar werd muziek voor mij een manier van leven. Vooral punk had mijn hart, lekker herrie maken met vrienden. We hadden thuis op de boerderij een oefenruimte, niet alleen voor onszelf maar voor veel muzikanten uit de buurt. Er was altijd reuring, muziek, mensen die langskwamen met een kratje bier.
Muziek maken was geen middel om beroemd te worden, het was gewoon iets waar we onze tijd en energie in stopten. Onze eerste droom was om in De Pul op te treden, en dat is gelukt, we hebben er zeker zeven keer gestaan. We hebben zelfs in het buitenland getourd met onze band On Fire. Het begon eigenlijk toevallig: mijn neef drumde, ik speelde gitaar, en zo gingen we bandleden zoeken. Een vriend, Joost, zei: ‘ik wil wel meedoen, maar ik kan eigenlijk niks’ en hij werd onze bassist. Voor we het wisten stonden we met z’n zessen op het podium. Ons laatste optreden was in 2017, maar we hebben het er nog steeds over. Wat ik daar leerde, is dat een band niet alleen muziek maken is: het is omgaan met elkaar, ideeën uitwisselen, een stukje management. Alles deden we zelf, van een plaat maken tot inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Pas achteraf zie je hoe waardevol die tijd was.
Welke rol speelt muziek nu nog in jouw leven?
Muziek heeft altijd een enorme rol gespeeld, ook naast mijn werk bij De Pul. Ik ben vaak als tourmanager met bands meegeweest, en werk nog steeds als productioneel coördinator voor Paaspop, waar ik de artiestenbegeleiding regel. Muziek zit in alles. Niet alleen in mijn werk, maar ook in kleine momenten. Soms zet ik een playlist aan zonder erbij na te denken, maar dan schijnt de zon, komt er een goed nummer voorbij, en besef ik weer: ja, muziek is overal, en het doet echt iets met je. Een goede plaat kan mijn hele dag maken. Dat is misschien wel het mooiste: het is er altijd, op de achtergrond, en op de juiste momenten komt het tot leven.
Hoe ben je in de muziekwereld terechtgekomen?
Ik was volop bezig met mijn bandje en we organiseerden zelf veel optredens, vaak met meerdere bands tegelijk in een lokaal muziekcafé. Er was nauwelijks budget – soms waren er meer bandleden dan bezoekers, maar iedereen vond het geweldig. Via een festival kwam ik bij De Pul terecht. Ik ging er een kop koffie drinken en raakte in gesprek met iemand die zei: wat jij doet, is tof, misschien kun je hier iets voor ons betekenen. Tot dat moment had ik niet eens beseft dat er geld te verdienen viel in de muziekindustrie; ik dacht dat alles bij De Pul op vrijwilligers draaide.
Langzaam groeide mijn betrokkenheid. Ik stond eerst achter de bar, en omdat ik destijds Sociaal Pedagogische Hulpverlening studeerde in Eindhoven, zocht ik een manier om er stage te lopen. Dat lukte via de opleiding Cultureel Maatschappelijke Vorming, die toevallig een verdieping hoger zat. Ik dacht: waarom niet, wat ik nu als hobby doe, kan ik misschien professioneel leren. Dat bleek een schot in de roos. Ik begon als stagiair en groeide door tot programmeur.
Wat is De Pul precies?
De Pul is een van de oudste poppodia van Nederland, opgericht in 1968. Net als Paradiso, waarmee we de twee oudste kernpodia van het land zijn. Het is een zaal met een capaciteit van zo’n 600 à 650 bezoekers, voor een plek als Uden behoorlijk groot, en we draaien prima mee op landelijk niveau. Wat De Pul bijzonder maakt, is dat het nog grotendeels op de ‘ouderwetse’ manier werkt: waar veel podia volledig geprofessionaliseerd zijn, draait bij ons nog zo’n tachtig procent van het team op vrijwilligers. Op de cruciale plekken hebben we beroepskrachten, zodat de vrijwilligers niet voor het diepe worden gegooid, maar dat sociale aspect blijft essentieel.
Vrijwilligers in de techniek bijvoorbeeld leren er veel, vaak als verlengde van hun opleiding, dus we hebben continu een instroom van jonge mensen die willen ontdekken hoe het is om in de muziekindustrie te werken. In totaal hebben zo’n 120 vrijwilligers zich aan De Pul verbonden. En naast De Pul valt er meer onder de organisatie: als directeur van de stichting Compass hoort daar ook het jongerenwerk bij.
Hoe verhoudt De Pul zich tot het jongerenwerk?
We beheren ook een tweede locatie, met een overdekte skatebaan, repetitieruimtes en ontmoetingsruimtes. Er is een sterke wisselwerking: als jongeren in de studio met een muziekproject bezig zijn, kunnen ze hun werk presenteren in De Pul, en als er een activiteit in De Pul plaatsvindt, ondersteunt het jongerenwerk vaak door jongeren te begeleiden. De verschillende onderdelen lopen zo in elkaar over.
Wat interessant is, is dat het jongerenwerk steeds meer richting muziek beweegt. Waar het vroeger vooral op sport was gericht – skaten, voetbal, boksen – zien we nu dat muziek een grotere rol krijgt. Daardoor bereiken we ook jongeren die misschien niet sportief zijn, maar zich wél willen uiten via muziek. De doelstelling van Compass is eigenlijk simpel: we geloven in de kracht van jongeren en in de waarde van cultuur. We bepalen niet welke keuzes ze moeten maken – dat is aan hen en hun ouders – maar we bieden de tools om die keuzes bewust en goed geïnformeerd te maken. In de praktijk richten we ons vooral op jongeren die wat extra ondersteuning nodig hebben.
Kun je een voorbeeld geven van hoe muziek een verschil maakt voor jongeren?
Een mooi voorbeeld is ons project Join Us, een landelijk initiatief tegen eenzaamheid onder jongeren. Het doel is dat ze uiteindelijk hun eigen netwerk opbouwen, dus we creëren niet zomaar een vriendengroep. Jongeren melden zich zelf aan of worden doorverwezen via bijvoorbeeld een huisarts. Het is behoorlijk ingrijpend als een jongere van zestien de moed heeft om toe te geven dat hij eenzaam is, dan is er echt iets aan de hand.
Eén van die jongeren had zich volledig teruggetrokken: een moeilijke thuissituatie, niet lekker in zijn vel. Maar wat hem altijd bezighield, was rapmuziek. Hij schreef zijn eigen teksten en gebruikte muziek om zijn emoties te uiten en weer grip te krijgen. Op een gegeven moment maakte hij een nummer, ‘De Spiegel’, waarin hij zijn worstelingen verwerkte. De spiegel liegt niet, die laat zien wie je echt bent. Tijdens een uitvoering in De Pul stond hij daar op het podium, voor een volle zaal, zijn eigen nummer te rappen. Dezelfde jongen die was binnengekomen met zijn hoofd naar beneden, die nauwelijks iets zei. En later, toen hij een lokale vrijwilligersprijs in ontvangst nam, verraste hij iedereen door spontaan te zeggen dat hij nog een nummer had geschreven. Hij pakte zijn telefoon en bracht het live, daar in de raadzaal. Dat is pure muziek. Daar krijg ik nog steeds kippenvel van.
Waarom is muziek zo’n krachtig middel voor jongeren?
Omdat het een manier is om je te uiten, maar tegelijk is het ook spannend. Bij voetbal gaat het om een bal: mis je een penalty, dan baal je even, maar je kunt het opnieuw proberen. Op een podium stel je jezelf bloot. Als je valse noten zingt, komt dat hard aan; het afbreukrisico is hoger. Daardoor hebben veel jongeren drempelvrees om zich via muziek te uiten, zeker in een tijd waarin sociale media en YouTube de lat torenhoog leggen. Iedereen ziet alleen de perfecte optredens, en dat maakt het moeilijker om gewoon te beginnen, te experimenteren en fouten te maken.
Een tijdlang was er nauwelijks nieuwe aanwas van jonge bands, misschien doordat de lat te hoog lag, misschien doordat er een periode was waarin vooral dj’s populair waren en jongeren eerder voor solo-optredens of zangwedstrijden kozen. Maar gelukkig komt er weer een kentering: er ontstaan opnieuw bandjes, vooral in de punkhoek, waar jongeren zich afzetten tegen de maatschappij en hun frustraties omzetten in muziek. Die tegenbeweging is altijd belangrijk geweest, en het is mooi om te zien dat die weer opkomt. Het zal nooit meer precies zo zijn als vijftien jaar geleden, maar zolang er plekken zijn waar jongeren worden gestimuleerd om te experimenteren en te groeien, blijft muziek een krachtig middel.
De Pul bestaat ruim 50 jaar. Hoe blijf je relevant?
Daar ben ik wel trots op. De Pul begon in de jaren zestig echt als jongerenplek – de oprichter, een leraar, zag dat jongeren een plek nodig hadden om gewoon te zíjn. In de jaren tachtig kwam er overheidsbeleid en subsidie, met de verplichting om meer voor jongeren te organiseren; dat legde de basis voor het jongerenwerk van nu. De jaren negentig waren een gouden tijd voor poppodia: iedereen wilde gitaar spelen en een band starten. Rond de eeuwwisseling ontstond een worsteling: waren we nu een poppodium of een jongerenorganisatie? En met de fusie in 2007 kregen we de kans om de focus weer meer op popmuziek te leggen.
Een poppodium moet zijn plek in de maatschappij continu evalueren om relevant te blijven. De maatschappij verandert, en dan moet je meebewegen: niet alleen goed in de gaten houden wie je bezoekers zijn, maar ook actief kijken hoe je aantrekkelijk blijft voor een nieuwe generatie. Wij doen dat met een brede programmering. Symfonische rock doet het hier al veertig jaar goed, maar we staren ons daar niet op blind, we willen iedereen in de regio een reden geven om te komen. Onze eigen signatuur blijft wel behouden: De Pul staat voor een rauw randje, met een focus op gitaren. En mensen komen niet alleen voor de muziek, maar ook voor de sfeer; we zitten al bijna veertig jaar in hetzelfde pand, met veel hout en karakter. Dat geeft net wat meer dan een gemiddelde zwarte doos.
Corona was zwaar voor de cultuursector. Hoe kijk je daarop terug?
We hebben die periode goed doorstaan, mede doordat we onze hypotheek al grotendeels hadden afgelost en financieel overeind konden blijven. Wat we nu merken, is dat de behoefte aan live muziek enorm is toegenomen: de kaartverkoop draait als een trein, en niet alleen voor tribute-bands, maar ook voor metal, pop en nieuwe artiesten. Ik denk dat mensen bewuster geld uitgeven aan beleving in plaats van spullen, dat zie je ook bij theaters en restaurants.
Soms is er iets heftigs nodig om te beseffen wat je mist als het er niet is. Kijk naar de geschiedenis: in de Tweede Wereldoorlog werd veel muziek gemaakt, en ook de blues is niet ontstaan toen alles gezellig was. Corona maakte voelbaar hoe groot de behoefte aan podiumkunsten is. Toen er weer mondjesmaat publiek mocht komen, waren de kaarten binnen een seconde weg.
Hoe zie je de toekomst van De Pul?
Voor mij is talentontwikkeling geen modewoord, maar een essentieel onderdeel. We willen dat jonge mensen muziek niet alleen consumeren, maar ook zelf maken en ervaren. Daarom werken we nauw samen met scholen: alle muzieklessen van het vwo vinden bijvoorbeeld bij ons plaats, zodat leerlingen op een écht podium oefenen. Vroeger kwamen ze vaak onvoorbereid en zo zenuwachtig aan dat ze niet goed konden spelen; nu wennen ze aan de setting in de kleine zaal, en is de stap naar de grote zaal minder groot. Dat geeft zelfvertrouwen.
We houden bewust ruimte vrij voor jong talent en de undergroundscene. Tribute-bands zijn geweldig voor de financiën, maar de echte vernieuwing komt van onderaf. Het begint ermee dat een jongere op een klein podium staat met zijn schoolbandje, het terugkijkt op video en denkt: het rammelt nog. Maar daar begint het. En als je doorgaat, sta je misschien ooit in het voorprogramma op het grote podium of geniet je gewoon vanuit het publiek, dat mag ook. Dat begin vooral, dat moeten mensen meekrijgen. De overheid hoeft het niet allemaal te organiseren; die moet vooral voorwaardenscheppend zijn, zodat er vrijplaatsen als De Pul bestaan waar dingen spontaan kunnen ontstaan.
Wat betekent muziek persoonlijk voor jou?
Zelf speel ik niet veel meer, maar muziek blijft een constante. Van het trompet spelen heb ik veel geleerd; zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen, omgaan met zenuwen. Ik ben ook een keer gigantisch afgegaan op een concours, puur door de zenuwen; bij een instrument helpen die niet. Maar juist daar leer je van. Ik ben niet zo goed in stiltes, dus muziek is er altijd, niet alleen als achtergrond, maar echt als iets wat mijn stemming beïnvloedt. Soms heb ik rustige muziek nodig, andere keren juist keiharde metal.
Een bijzonder moment blijft me altijd bij. Na een intense coachingssessie, die me echt raakte, stapte ik in de auto en kwam er een nummer op mijn playlist dat precies de juiste snaar raakte. Ik luister normaal nooit echt naar teksten, maar deze kwam binnen en sloot naadloos aan bij waar ik op dat moment doorheen ging. Het ging over vallen, en dat je de grond raakt, maar dat je daarna ook weer door kunt. Dat was zo’n magisch moment waarop muziek voelt als een boodschap, alsof het precies weet wat je nodig hebt. Al geloof ik ook dat je je ervoor moet openstellen, net als bij die coaching.
Wat is je belangrijkste boodschap?
Misschien wel dat het juist gaat om het openstellen van jezelf, voor muziek en voor wat het je geeft. Ik geloof echt dat het zo belangrijk is, voor je gemoedstoestand, voor je lijf, voor je emotionele huishouding, dat je met muziek bezig bent. En niemand hoeft daarvoor virtuoos te worden. Je kunt ook gewoon een leuke plaat opzetten. Heel veel mensen doen dat al, maar we onderschatten het belang ervan, totdat we het missen. Probeer maar eens een dag zonder muziek; dat gaat bijna niet, want het is overal.
Misschien vinden we het zelfs te vanzelfsprekend dat het er is. En je zou eigenlijk nooit iets vanzelfsprekend moeten vinden als het zo belangrijk is. Dus dat is wat ik wil meegeven: muziek heeft de kracht om ons te verbinden, om emoties te verwerken en om onszelf te ontdekken. Dat moeten we niet alleen koesteren, maar er ook actief ruimte voor blijven maken. Vooral voor de jongere generatie.
Welk nummer zou je met de lezer willen delen?
Dat is voor mij niet zo moeilijk, want het is verbonden met dat ene moment in de auto na die coachingssessie. Het komt van de soundtrack van de film Into the Wild. Die soundtrack is van Eddie Vedder, en als je de film niet kent, moet je die zeker een keer kijken; muziek speelt daarin een fantastische rol. De tekst sloot precies aan bij waar ik toen doorheen ging: dat je valt en de grond raakt, maar dat je daarna ook weer door kunt. Sinds dat moment draag ik dat nummer met me mee.
Ga naar Spotify voor de playlist Muziektips
Meer informatie:
Website: www.livepul.com
