Artur Jaschke
“Muziek is de enige prikkel die je hele brein tegelijk laat oplichten”
Neuropsycholoog en musicus Artur Jaschke over creativiteit, improvisatie en de kracht van muziek in het brein.
Voor neurowetenschapper, musicus en hoogleraar Artur Jaschke is muziek geen luxe, maar een essentiële levensbehoefte. Hij verbindt wetenschappelijke inzichten met persoonlijke ervaring en onderzoekt hoe muziek menselijke ontwikkeling ondersteunt, van pasgeborenen tot ouderen met dementie. Zijn zoektocht begon in een verpleeghuis, waar hij tijdens zijn sociale dienstjaar muziek speelde voor mensen met dementie.
In dit interview neemt hij ons mee in zijn wereld van muziek, hersenen en improvisatie: waarom muziek het hele brein raakt, wat creativiteit onderscheidt van improvisatie, hoe je je brein blijft uitdagen, en waarom hij pleit voor meer kunst en cultuur in onderwijs en zorg.
Wil je jezelf voorstellen?
Ik ben neurowetenschapper en musicus, en eigenlijk komen die twee werelden bij mij altijd samen. Ik speel meerdere instrumenten en heb zowel jazz als klassieke muziek gestudeerd. Muziek is echt mijn passie. Het begon allemaal na mijn school in Duitsland. Ik moest toen kiezen: het leger in, of een sociaal jaar doen. Ik koos voor het laatste en werkte met ouderen met dementie. Elke dag speelde ik muziek, op verjaardagen bijvoorbeeld, en de manier waarop zij daarop reageerden, raakte me diep. Dat was het begin van een hele reeks interesses en studies: van ouderen naar de psychiatrie, de kinderpsychiatrie, de kindergeneeskunde, en uiteindelijk de neonatologie. Tegelijkertijd heb ik zes jaar lang als professioneel musicus gespeeld, van de ene tour naar de andere, of de studio in.
Tijdens het improviseren vroeg ik me steeds vaker af: waarom doe ik dit eigenlijk zo? Vanuit die nieuwsgierigheid ben ik me gaan verdiepen in neuropsychologie, neurowetenschappen en medische wetenschappen, waaronder muziekcognitie. Ik heb dus beide werelden gezien, en uiteindelijk bewust gekozen voor de academische wereld, om te onderzoeken wat muziek kan betekenen voor mensen die het nodig hebben.
Wat is het verschil tussen creativiteit en improvisatie?
Dat is een fundamenteel verschil. Creativiteit is een algemeen menselijk vermogen, misschien wel wat ons het meest onderscheidt van veel diersoorten. Improvisatie is de uitvoering daarvan. Je zou kunnen zeggen: creativiteit is het zelfstandig naamwoord, improvisatie het werkwoord. Het is iets nieuws bedenken binnen een bestaande context, en dat dan meteen in actie brengen, vaak in het moment zelf.
Improviseren kun je trainen; hoe vaker je het doet, hoe beter je erin wordt. En eigenlijk doen we het de hele dag, al noemen we het niet zo. Elk gesprek is een vorm van improvisatie: je weet niet wat de ander gaat zeggen, maar je reageert in het moment. En als je bij de bakker staat en je favoriete brood is op, dan improviseer je ook; je brein schakelt dan exact dezelfde netwerken in als bij muzikale improvisatie. Het verschil zit in de schaamte die er bij muziek vaak bij komt kijken: de angst om niet goed te klinken. Maar het gaat niet om perfectie, het gaat om expressie. Iedereen maakt muziek, ook als je alleen onder de douche zingt. De vraag is niet of het mooi is, maar of het iets in gang zet.
Wat is het verschil tussen passief luisteren, actief musiceren en improviseren?
Passief luisteren is als je in een restaurant zit met muziek op de achtergrond; je registreert het niet bewust, maar het komt wel binnen. Recent onderzoek laat zien dat zelfs die passieve muziek in je geheugen wordt opgeslagen en later iets kan oproepen. Hoor je datzelfde nummer terug, dan kan dat herinneringen activeren.
Als je actiever luistert of zelf muziek maakt, worden steeds meer hersengebieden betrokken, en bij improvisatie is die activatie het grootst. Het is net een volumeknop: passief luisteren is standje twee, zelf muziek maken is zes, improvisatie is tien. Dan doet je hele systeem mee, tot je hormonen aan toe, denk aan adrenaline of melatonine. En het gaat niet alleen om het brein. We zijn gewend in ‘breinknobbel’-termen te denken – het taalgebied hier, het motorische gebied daar – maar het brein werkt in netwerken; alles is verbonden. Embodied cognition laat zien dat je zonder je lichaam de wereld niet echt kunt ervaren. Je lijf en je hersenen vormen samen je bewustzijn.
Je zegt dat bij improvisatie de zelfcensuur juist uitgaat. Hoe zit dat?
Een fascinerend aspect van improvisatie is dat het hersengebied dat normaal de zelfcensuur aanstuurt, de dorsolaterale prefrontale cortex, juist mínder actief wordt. Alsof je jezelf even uitschakelt om ruimte te maken voor iets nieuws. Dat zien we bijvoorbeeld in studies van Charles Limb en Allen Braun, rond 2008, bij jazzmuzikanten die improviseren: ze zetten als het ware hun interne criticus tijdelijk uit.
Maar nogmaals, het is nooit één hersengebied dat iets doet. Er zijn geen aparte ‘muziekknobbels’; het brein werkt altijd in samenwerking tussen netwerken. Voor mij is dat precies waarom muziek zoveel ruimte biedt: het vraagt niet om controle, maar om vertrouwen. Je hoeft niet eerst alles te kunnen. Je moet vooral durven beginnen.
Hoe belangrijk is het geheugen bij improviseren?
Je hebt het langetermijngeheugen absoluut nodig, anders weet je niet waar je uit moet putten. Net als bij taal: al onze woorden zitten in dat geheugen, daarom kunnen we er moeiteloos bij zonder erover na te denken. Bij muziek werkt dat hetzelfde. Improviseren op een saxofoon lukt alleen als je ergens uit kunt putten. Maak je een fout? Geen probleem, herhaal hem drie keer en iedereen denkt dat het zo hoort. Dat werkt echt; je brein helpt je erbovenop. Daarbij speelt de frontale kwab een sleutelrol, het gebied voor plannen, keuzes maken en impulsen remmen. Die kwab is trouwens pas rond je dertigste echt ‘af’. Geen wonder dat jongeren soms nog niet precies weten wat ze willen; hun brein is gewoon nog in ontwikkeling.
Hoe daag je je brein écht uit?
Je brein houdt van patronen. Denk aan je vaste ochtendritueel: koffie, krant, dezelfde stoel. Volwassenen worden vaak gewoontedieren: dezelfde route naar werk, dezelfde koffie. Maar het brein houdt ook van afwisseling. Iedere dag hetzelfde doen is makkelijk, maar prikkelt weinig; nieuwe dingen proberen maakt je brein wakker. En dat loont. Mensen die nieuwsgierig blijven, met veel interesses en sociale contacten, leven vaak langer en blijven geestelijk fitter. Zelfs muizen laten het zien: in een beroemd experiment leefden de actieve muizen, die moesten puzzelen voor hun eten, gemiddeld twee jaar langer dan hun luie soortgenoten.
Je hoeft dat niet met ingewikkelde breinoefeningen te doen. Zet eens een muziekstijl op die je totaal niet kent. Of daag jezelf echt uit: laat je blinddoeken door vrienden, word ergens afgezet zonder telefoon of pinpas, en vind je weg terug. Ik doe dat soort dingen echt. Een goede vriend dropt me dan ergens midden in Duitsland. Dat activeert oersystemen in je brein die we bijna vergeten zijn. We zijn verleerd hoe het is om te verdwalen, terwijl juist dát je navigatievermogen, je verbeeldingskracht en zelfs je empathie aanzet. Want hoe kun je je inleven in een ander als je je eigen binnenwereld niet goed kent?
Wat betekent de opkomst van AI voor menselijke creativiteit?
Dat weten we nog niet precies. Wat we nu vooral zien, is menselijke creativiteit verpakt in technologie. Het is nog steeds ‘human-generated AI’, gevoed door onze data, en dus ook door onze vooroordelen en blinde vlekken. Het is geen neutraal systeem. En er is een schaduwzijde: slechts 55 à 60 procent van de wereldbevolking heeft toegang tot internet, en toch beïnvloeden de data van die groep (vooral uit het Westen) de hele wereld. AI lijkt universeel, maar is dat allesbehalve.
Een collega onderzocht de donkere kanten van AI. We deden zelf ook een experiment: we creëerden een mini-server met alleen openbare gegevens en lieten een AI los op de vraag wat het kon zeggen over de mens. In het begin kwam er nog iets over evolutie, maar al snel raakte het algoritme de draad kwijt en begon het Hitler te prijzen als een van de grootste leiders uit de geschiedenis. Dat was heftig om te zien, maar het kwam puur uit publieke online posts en het laat zien hoe beïnvloedbaar AI is. Daarom moeten we zelf richting blijven geven. Ik kies overigens voor optimisme: ik geloof dat we sámen met AI nieuwe creatieve vormen kunnen ontdekken, niet als vervanging maar als verrijking. Maar laat technologie je ondersteunen, niet sturen. Jij bepaalt welke verhalen je wilt vertellen, niet het algoritme. En daarvoor is iets nodig wat AI niet heeft: nieuwsgierigheid en verwondering.
Kan muziek bijdragen aan een gezondere, creatievere samenleving?
Zeker, en het is géén nice-to-have. Kunst en cultuur, en dus ook muziek, zouden veel meer terug moeten in het onderwijs en het dagelijks leven. Als we onszelf niet voeden met schoonheid, raken we het contact kwijt met wat er echt toe doet. Muziek helpt ons een innerlijke bibliotheek van esthetiek op te bouwen: je leert herkennen wat jou raakt. Maar als je nooit iets anders hoort of ziet, blijft je blik smal.
Muziek is ook een universele brug. In één klas kunnen kinderen zitten uit Marokkaanse, Poolse, Rwandese of Noorse gezinnen, allemaal met hun eigen klanken, en via muziek kunnen ze elkaar ontmoeten zonder woorden. Dat hoeft niet groots: begin klein, in de wijk. Ik was ooit op zo’n straatfestival in Utrecht, één straat, honderd werelden. Het ging niet om de landen, maar om mensen, om het mens-zijn. Kijk maar naar een festival: je staat te zweten en te dansen naast wildvreemden, en toch voelt het als eenheid.
En het helpt ons onze esthetische waardering te ontwikkelen. Loop je in Cambridge, dan zie je gebouwen van honderden jaren oud die op het eerste gezicht misschien ‘lelijk’ zijn als je alleen moderne kubusarchitectuur gewend bent. Maar als je leert kijken, ontdek je dat ook gotiek schoonheid in zich draagt. En dan begint het gesprek: over jezelf, over de ander, over het object. Want daar gaat het om. Niet of iets mooi of lelijk is, maar of je er een gesprek over kunt voeren. Dat gesprek activeert je hersenen, stimuleert verbinding en voedt creativiteit. En dáár zit de kracht van muziek en cultuur.
Wat is je belangrijkste boodschap voor de lezer?
Don’t discriminate against music. Er is niet één soort muziek die ‘goed’ is. Of je nu luistert naar André Hazes of naar Bach, elke muziek kan iets in je aanraken, als je er maar voor openstaat. Muziek is geen wedstrijd; het is een manier om contact te maken, met jezelf en met anderen.
Dus begin gewoon: speel een instrument, zing onder de douche, bezoek een concert. Het is nooit te laat om iets te doen waar je nieuwsgierig naar bent, en schaam je niet. Obstakels zijn er om doorheen te breken. Daag jezelf uit, verlaat je routine, en blijf bovenal nieuwsgierig. Stel gewoon eens een vraag op straat: waar ben ik eigenlijk? Het lijkt ongemakkelijk, maar precies daar begint creativiteit.
Welke muziek zou je willen delen?
Ik noem ook altijd ‘Ascension’ van John Coltrane: dat is pure vrijheid, complete improvisatie zonder vaste lijnen. Zoek er maar eens de logica in en juist daarin schuilt de kracht.
Ga naar Spotify voor de playlist Muziektips
Meer informatie:
