Anneke Naaijkens Doek
“Muziek maakt ruimte voor emoties, precies waar woorden tekortschieten”
Muziektherapeut Anneke Naaijkens-Doek over verlies, verbinding en de helende kracht van klank.
Anneke is muziektherapeut en werkt onder meer op de oncologie-afdelingen van het ErasmusMC. Daarnaast werkt ze als gespecialiseerd NICU-muziektherapeut op neonatalogie-afdelingen en vanuit haar eigen praktijk rond ziekte, sterven en rouw. Waar een psycholoog praten als middel gebruikt, gebruikt zij muziek, een ingang die meteen het lijf, de adem, spanning en ontspanning meeneemt.
In dit interview vertelt ze hoe ze het vak ‘binnenstruikelde’, wat muziektherapie nu precies is, en hoe ze werkt met mensen op de meest kwetsbare momenten van hun leven: van een moeder die zingt voor haar stervende kindje tot de bijzondere methode van hartslagmuziektherapie.
Wil je jezelf voorstellen?
Ik ben Anneke, en ik ben eigenlijk een beetje de muziektherapie ingerold. Op de middelbare school wist ik niet eens dat het bestond; niemand zei ooit dat je muziektherapie kon studeren. Dus ging ik psychologie studeren. Maar muziek was ondertussen altijd al mijn taal , ik zong in zoveel mogelijk koortjes in de buurt, speelde een tijd hobo en gitaar, zat in bandjes. Vooral zingen deed ik veel. Ik voelde heel duidelijk: muziek is mijn middel.
Psychologie bleek alleen een tegenvaller. Ik dacht: ik ga met mensen werken en wat ik aantrof, was vooral heel veel theorie. Tot een vriendin die beeldende therapie studeerde, en ik half voor de grap vroeg of er ook zoiets als muziektherapie bestond. “Ja,” zei ze, “dat zit bij ons op de opleiding.” Ik moest binnen vier weken auditie doen, terwijl ik op dat moment niet actief een instrument bespeelde. Dus ik nam een aantal pianolessen, pakte mijn gitaar weer op, stelde de auditie vier weken uit, en deed hem toen. Het commentaar was eerlijk: “Wat je nu laat horen, is het eigenlijk niet maar we denken wél dat je het in je hebt.” En zo werd ik aangenomen. Het voelt achteraf alsof ik die opleiding ben binnengestruikeld, door toeval, timing en een soort intuïtief weten. Mijn kracht zit niet in een hoogstaande etude op elk instrument, maar in muziek in de interactie: aanvoelen welke manier van muziek maken jou nú helpt.
Hoe is je werkveld daarna ontstaan?
Ik heb op verschillende plekken gewerkt: in de kinder- en jeugdpsychiatrie, de gehandicaptenzorg, en kort in de psychogeriatrie. En toen gebeurde weer iets typisch voor mij: ik struikelde een nieuw onderwerp in. Ik las toevallig in het Handboek Muziektherapie een hoofdstuk over muziektherapie en oncologie, en dacht opnieuw: bestaat dát ook? Het was toen nog niet eens onderdeel van de opleiding, maar ik voelde meteen dat dit het werkveld kon zijn waarin ik echt tot mijn recht kom.
Er was destijds geen baan in het ziekenhuis te vinden, dus ik begon een eigen praktijk rond ziekte, sterven en rouw. Dat raakt aan iets existentieels: vaak heb je relatief gezonde mensen die ineens in een ongezonde situatie terechtkomen. Dan gaat het niet alleen over klachten, maar over: wat betekent dit voor mijn leven, voor mijn relaties, voor wie ik ben? Een paar jaar geleden kwam ik terecht in het Erasmus MC, op de oncologieafdelingen, en daarnaast verdiepte ik me in de neonatologie. Ik voel me echt muziektherapeut, ik kan me bijna niet voorstellen dat ik iets anders zou doen. Het past bij mij als mens.
Je klinkt heel dicht bij jezelf. Is dat ook hoe je werkt?
Ja, dat denk ik wel, en ik krijg dat ook terug van mensen. Ik was te zien in Erasmus 24/7, en daarna kreeg ik van patiënten reacties dat het zo écht voelde. Ik kan ook bijna niet anders. Natuurlijk heb ik een therapeutische rol, maar ik zoek naar professionele nábijheid in plaats van professionele afstand, met dat professionele stuk er wél bij.
Dat raakt me soms ook. Ik heb eens met een moeder gezongen voor haar kindje dat ging overlijden. Dat komt keihard binnen. Maar het kan ook alleen maar als ik me openstel, want anders kan ik geen muziek maken. Muziek vraagt aanwezigheid. En ja, dat raakt je.
Wat is muziektherapie in de kern?
Als ik uitleg wat muziektherapie is, vergelijk ik het vaak met wat een psycholoog doet. Alleen gebruikt een psycholoog praten als middel, en ik gebruik muziek. Voor mij is het grote verschil dat muziek veel directer naar de ervaring toe gaat. Het is zintuiglijk, het komt anders binnen dan via woorden. Psychologen werken trouwens ook steeds vaker lichaamsgerichter, dus ik wil niemand tekortdoen, maar vanuit mijn perspectief is muziek een ingang die meteen het voelen, het lijf, de adem, spanning en ontspanning meeneemt.
Ook als ik receptief werk, dus als ik voor jou zing of speel, ervaar jij niet alleen wat je hoort, maar ook hoe ik afstem op wat ik bij jou zie gebeuren. Zie ik spanning in je gezicht, je adem, je houding? Dan neem ik dat mee in de muziek en laat ik die spanning als het ware muzikaal uitvloeien, zodat jouw lichaam mee kan bewegen. Het is echt een behandeling, gericht op ergens naartoe werken.
En dat is meteen het verschil tussen een muziekinterventie en muziektherapie. Een muziekinterventie – muziek inzetten om het welzijn op dat moment te verbeteren – kan in principe door veel mensen aangeboden worden. Denk hierbij aan een verpleegkundige die voorstelt aan een patiënt ontspannende muziek te luisteren, een moeder die een liedje zingt voor haar huilende kindje, een cellist die een mooi muziekstuk op een afdeling speelt, allemaal voorbeelden van muziekinterventies.
Maar in muziektherapie is ook de interactie tussen therapeut en cliënt het middel. Daar ben ik voor opgeleid: om in het moment te lezen wat er gebeurt, en daar muzikaal en therapeutisch op aan te sluiten.
Hoe bepaal je in de praktijk welke aanpak je kiest?
Ik stem het altijd af op de vraag van iemand. In het ziekenhuis komt die vaak via een verpleegkundige, soms via de patiënt zelf, soms via andere collega’s. En als ik bij iemand naar binnen stap, is een deel van wat ik doe gebaseerd op ervaring. Ik kan niet altijd precies uitleggen waarom ik op dat moment kies wat ik kies. Soms laat ik mijn gitaar bewust buiten en ga ik eerst kennismaken, bijvoorbeeld als iemand het spannend vindt of geen idee heeft wat hij kan verwachten; dan mag het eerst om contact gaan. Soms neem ik de gitaar juist meteen mee, bijvoorbeeld als iemand wat verward is, zodat diegene meteen ziet wat ik kom doen.
Er is altijd een moment van assessment: ik kijk wat er gebeurt, in de kamer en in onze interactie. Soms ga ik vrij snel muziek maken, als iemand onrustig is en ik zie dat er behoefte is aan regulatie. Soms laat ik iemand eerst zijn verhaal doen, omdat ik zo informatie krijg over wat er speelt: emotioneel, lichamelijk, relationeel. En dan kijk ik in mijn ‘rugzak’ aan interventies: wat kan ik nu het beste aanbieden? Soms zie ik mensen maar één of twee keer, dan is alles compacter en directer. Soms zie ik mensen maanden, en dan kun je echt ergens naartoe werken.
Wat is hartslagmuziektherapie?
Bij hartslagmuziektherapie gebruik ik het geluid van de hartslag van een patiënt als beat voor muziek die betekenisvol is voor deze persoon. Hier maken we een opname van. Op de oncologie-afdelingen in het ziekenhuis bieden we dit aan voor mensen die ernstig ziek zijn en mogelijk op korte termijn gaan overlijden. Het helpt hen in het proces van het loslaten van hun leven en daarnaast is het heel erg waardevol voor nabestaanden, omdat het natuurlijk heel persoonlijk is.
Als iemand in het ziekenhuis is en ik krijg de vraag of ik met die persoon een heartbeatsong wil maken, dan zeg ik al vrij snel: we beginnen met het opnemen van jouw hartslag.
Want die hebben we dan als ritme, als fundament. Daarna praten we over welke muziek voor jou betekenisvol is en dat kan van alles zijn. Ik heb bijvoorbeeld ‘Hurt’ van Christina Aguilera opgenomen, maar ook ‘Als je slaapt’, allerlei liedjes, om allerlei persoonlijke redenen. En soms schrijven mensen een eigen liedje of een eigen tekst.
Van die hartslagopname maak ik vervolgens een loop. Ik heb nooit een opname van drie minuten die volledig helder en constant is , dat kan ook niet, en dat hoeft ook niet. Soms maak ik er wat lucht in: het hoeft niet alleen maar zwaar te zijn, het mag ook speels zijn, menselijk. Daaroverheen zing ik bijvoorbeeld, of iemand spreekt of zingt zelf nog iets in, en dat bewerk ik tot een product. Als het kan, beluister ik dit samen met de patiënt.. En samen beslissen we hoe we het met de naasten delen: nu al, of later? Ook dat is onderdeel van het therapeutisch proces.
Waar zit dan het verschil met ‘zomaar een opname maken’?
Muziek roept reacties op. Mensen komen soms met ideeën die creatief en grappig zijn, en dat kan geweldig zijn, maar soms moet ik ook iets bewaken. Ik had een meneer die zei: “Ik wil het als verrassing op mijn begrafenis. We nemen het liedje op, daarna spreek ik nog iets in, en dan eindigen we met zo’n monitor-piep (die je in films weleens hoort, wanneer in het ziekenhuis iemands hart stopt).” Ik snapte zijn gedachte meteen – het was zijn humor, en dat ga ik niet zomaar afketsen. Dus ik zei: “Ik vind het echt een supergrappig idee.” Maar ik zei er wel bij dat ik hem iets wilde vertellen over wat zo’n piep lichamelijk kan doen.
Zo’n geluid kan bij nabestaanden een stressreactie oproepen. Als hij dat als verrassing wilde voor zijn vrouw en kinderen, dan moest hij weten dat hij ze mogelijk een enorme schrik bezorgt. Dat wil je natuurlijk niet uit op de uitvaart van iemand die je liefhebt. En dan zijn er keuzes: je deelt het vooraf, of we doen het anders, of ik zeg dat ik het niet op die manier kan maken omdat ik er niet achter sta. Dát is precies de kern: hartslagmuziektherapie is geen ‘leuke opname maken’, het is een interventie in een therapeutische werkrelatie. En die kan emoties en lichamelijke reacties losmaken die ik als therapeut moet kunnen opvangen. Daar ben ik voor opgeleid.
Je werkt ook op de neonatologie, gericht op herstel. Hoe gaat dat?
Ja, er zijn een methodieken in muziektherapie ontwikkeld om vroeggeboren baby’s en hun ouders te ondersteunen tijdens hun opname op de NICU (neonatalogie intensive care). Als je muziek heel precies afstemt op een kindje, en soms betekent dat dat ik tijdens een sessie maar twee tonen zingen, kan er fysiologisch echt iets veranderen. Ik kijk en voel dan heel goed wat de ademhaling doet, en vaak zie je dan dat de saturatie toeneemt en de hartslag daalt of stabieler wordt. Dat zijn precies de momenten die je wilt creëren, omdat het lijfje dan minder hard hoeft te werken en meer energie overhoudt voor groei.
Door dit regelmatig aan te bieden en muziek te herhalen, leg je ook nieuwe neurologische verbindingen aan. Maar mijn eerste interventie is bijna altijd gericht op comfort, troost en stabilisatie. Ik betrek ouders daar zoveel mogelijk bij: we maken vaak een slaapliedje van een lied dat zij zelf kiezen. Dit is erg belangrijk, want zo kunnen ze een stukje van hun eigen leven / cultuur buiten het ziekenhuis mee het ziekenhuis in nemen en kunnen ze hun kindje iets bieden wat echt van hen is in plaats van de vele ziekenhuis-interventies waar ze als gezin mee te maken krijgen. Door die melodie heel precies af te stemmen op het kindje of op de ademhaling van de ouder als het kindje bij hen ligt, ontstaat een soort cocon, een klankruimte waarin het kindje zich veilig kan voelen. Ik houd daarbij het beeld voor ogen dat dit kindje eigenlijk nog in de baarmoeder had moeten zitten, waar alles klopt: warmte, ritme, gedempt geluid, voorspelbaarheid.
Op de neonatologie proberen we iets van die ervaring terug te brengen, en je leert baby’s daarmee ook een vorm van zelfregulatie: dat stress kan opkomen, maar ook weer kan afnemen.
Wat maakt muziektherapie als beroep kwetsbaar?
Een belangrijk probleem is dat muziektherapie geen beschermde titel is. Als jij je morgen ‘muziektherapeut’ noemt, is er binnen een wettelijk kader niemand die vraagt of je daarvoor bent opgeleid. Wij hebben wel een kwaliteitsregister, en daar kom je niet in zonder basisopleiding en bijscholing, maar dat register is niet erg bekend. Ik hoor zo vaak: “Oh, heb je daar echt voor gestudeerd?” En als ik zeg dat ik vier jaar hbo heb gedaan: “Bestaat daar een opleiding voor?” Voor buitenstaanders is het lastig om het kaf van het koren te scheiden.
Ik denk dat er ook iets cultureels meespeelt. In onze westerse maatschappij zijn we heel goed in bedenken, analyseren en rationaliseren, maar de verbinding met voelen en ervaren staat vaak wat verder van ons af. We hebben een internationale peer group, en ik weet nog dat een muziektherapeut uit Colombia zei: hoe kan het dat dit in Nederland nog niet overal is ingebed? Voor hen is dat haast onvoorstelbaar. We halen een soort schijnveiligheid uit regels en systemen, terwijl we het ervaringsgerichte stuk soms nog lastig serieus nemen, terwijl dat juist voor veel mensen essentieel is.
Als je één ding zou mogen veranderen, wat zou dat zijn?
Het liefst zou ik langs alle ziekenhuizen gaan en mensen laten erváren wat muziektherapie kan doen, zodat er niet alleen over gepraat wordt. Maar als ik het heel klein en praktisch maak, zou ik soms al geholpen zijn als iemand met wie ik gewerkt heb ’s avonds nog even muziek kan luisteren. In het ziekenhuis is er vaak wel toegang tot een paar muziekzenders op de televisie, maar die worden onderbroken door reclame, wat de luisterbeleving verstoort. Ik zou het al heel waardevol vinden als mensen gewoon toegang hebben tot muziek, zonder gedoe.
Het raakt aan iets groters dan muziek alleen. Als verpleegkundigen onder hoge werkdruk staan, is medisch handelen logischerwijs de eerste prioriteit. Je zou willen dat er ook ruimte is voor iets laagdrempeligs: “Hier is een tablet, Anneke heeft daar een paar dingen op gezet, misschien helpt het je om een half uur te luisteren.” Maar dat zit nog niet in het systeem, en ook niet echt in de maatschappij. We bezuinigen veel op kunst en cultuur, en als mensen in hun gewone leven nooit ervaren hoe muziek je kan raken, vallen ze daar niet opeens op terug als ze ziek zijn. Daar maak ik me soms wel zorgen over. Ik zag zelf drie jaar geleden Het Zwanenmeer, met een live orkest. Alleen al de eerste toon van de hobo kwam zó binnen. Dat soort diepe, gezamenlijke kunstervaringen lijken we steeds minder te krijgen.
Wat is je belangrijkste boodschap voor de lezer?
Probeer je bij het luisteren ook eens minder te richten op ‘mooi’ of ‘niet mooi’, en kijk wat muziek met je dóet. Richt je op de ervaring, niet alleen op het oordeel. En als muziek je soms overspoelt, als een liedje je ineens terugwerpt in een herinnering, verleg dan je focus naar feitelijk luisteren: wat hoor ik nu eigenlijk, bijvoorbeeld welke instrumenten, verandert het volume? Is het heel heftig en blijf je overspoeld raken, weet dan dat er mensen zijn die je hierbij kunnen helpen, zoals een muziektherapeut. Je hoeft dat niet alleen te dragen. En wat mij ook helpt als ik zelf geraakt word: teruggaan naar mijn lichaam, voelen dat mijn voeten op de grond staan, bewuster ademen. Sommige momenten zijn nu eenmaal groot.
Welke muziek raakt jou het meest?
Ik heb niet één liedje, en het verandert ook steeds. Maar ik hou enorm van accordeonmuziek, het liefst met een Oost-Europese kleur, en ik vind muziek uit Israël met die mineurklanken ook heel mooi. Daar kan ik echt blij van worden, zeker als ik het zelf speel. Ik ben accordeon gaan spelen omdat ik een instrument wilde dat echt voor mezelf was, zonder verkapte professionele motivatie. Ik vond er een op Marktplaats voor een euro of honderd en dacht: daar kan ik geen buil aan vallen, dus heb ik les genomen en ben gewoon begonnen. Nu, een paar jaar later heb ik een mooier instrument gekocht en ben ik verliefd op de klank – niet de ‘hoempapa’ waar mensen vaak aan denken, maar juist die tragische, gelaagde klankwereld, soms melancholiek, soms juist dansend. En daarnaast: tango’s, ook Zuid-Amerikaanse, vind ik prachtig.
Meer informatie:
Website: https://www.piumosso.nl/over-mij/
Linkedin: https://www.linkedin.com/in/anneke-naaijkens-doek-38631433/
